Het Kruiswegpark aan de Kapel in ’t Zand: een uniek samenspel van religie, kunst en natuur PDF Afdrukken E-mail

door drs. Margot van Hoef

Inleiding
Wie vanuit de stad de statige Kapellerlaan oprijdt ziet in de verte ‘de Kapel’ (de Kapel van Onze Lieve Vrouw in ’t Zand) liggen.
De neogotische kapel dateert uit 1895/1896 en werd gebouwd door Johannes Kayser (1842-1917), een leerling van Cuypers, in opdracht van de paters Redemptoristen.
De eerste bebouwing op deze plek dateert al uit het begin van de 15de eeuw. In 1418 werd hier ‘in gen Zande’ een eenvoudige Mariakapel gebouwd vlakbij de rivier de Roer. De legende wil dat in 1435 een jonge Poolse herder, Wendelinus geheten, op deze plek een Mariabeeldje vond bij het omhooghalen van een emmer water uit een put, toen hij zijn kudde schapen te drinken wilde geven. Vanaf die tijd blaakten zijn schapen van gezondheid, omdat het gras hier beter zou groeien dan elders! Wendelinus plaatste het wonderbeeldje in een nis in een boom bij de put. Sinds die tijd komen de eerste pelgrims naar deze plek om Maria te vereren.
Ruim vier eeuwen later, in 1862 - de kapel is inmiddels al eens afgebroken, opnieuw gebouwd en meerdere malen uitgebreid - besluit de bisschop van Roermond, Mgr. Paradis, de zorg voor het Mariaheiligdom toe te vertrouwen aan de Paters Redemptoristen, die bekend stonden als grote Maria-vereerders.
Zij laten een klooster bouwen en ontwikkelen al snel allerlei activiteiten om het eeuwenoude bedevaartsoord tot grotere bloei te brengen. Zo geven ze in 1866 aan onder
meer architect Pierre Cuypers (1827-1921) de opdracht de kapel te restaureren en verder aan te kleden. Ondertussen blijft het aantal bedevaartgangers toenemen en de paters besluiten de kapel weer verder uit te breiden. In 1895 krijgt de hierboven reeds genoemde architect Kayser de opdracht om de kapel ingrijpend te verbouwen.
Naast de kerk bevindt zich dan ook al de sfeervolle overdekte processiegang. De muren hier zijn volledig bezet met tegeltjes, die getuigen van dank aan Onze Lieve Vrouw in 't Zand. In een ruimte achter glas, die ook zichtbaar is vanuit de kerk, bevindt zich het beeld van Onze Lieve Vrouw in ’t Zand; hier ligt ook de put waarin destijds het genadebeeldje zou zijn gevonden. De processiegang trekt dagelijks bezoekers, die een kaarsje komen opsteken of ‘heilig’ bronwater komen halen en hier een rustpunt vinden voor gebed of bezinning.

Redemptoristen zetten bedevaartsoord op de kaart
Na deze korte ontstaansgeschiedenis van de Kapel in ’t Zand, die als bedevaartskerk onlosmakelijk verbonden is met het ontstaan van het Kruiswegpark, zijn we beland aan het eind van de 19e eeuw, in de tijd waarin de kerk zoals wij die nu nog kennen werd gebouwd en in een periode waarin de paters Redemptoristen het als hun taak zagen alles in het werk stellen om het Roermondse bedevaartsoord aan de Kapel in ’t Zand goed op de kaart te zetten.
Roermond was vanouds al een einddoel voor Duitse bedevaartgangers, die naar de
Munsterkerk kwamen vanwege de H. Bernardus van Clairvaux die daar vereerd werd. Deze Duitse bedevaartsgroepen brachten dan ook meestal een bezoek aan de Kapel in ’t Zand. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleven de Duitse processies echter weg, omdat de landsgrenzen waren gesloten. Maar ook de processies vanuit Nederland naar Duitse bedevaartsoorden zoals Kevelaer konden geen doorgang meer vinden. Pater J. Kronenburg (1853-1940), de in 1915 benoemde nieuwe Rector van het Klooster en Rectoraat van de Kapel in ‘t Zand, bedacht hierop het volgende: hij nodigde alle broederschappen die in vredestijd naar Kevelaer trokken schriftelijk uit om naar de Kapel in ’t Zand te komen voor een ‘Vredesprocessie’. Dit werd een groot succes! In 1915 zouden er zo’n 32.000 pelgrims ‘in processie’ naar de O.L. Vrouw in ’t Zand zijn gekomen en nog eens duizenden op eigen gelegenheid. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1918 kwamen ook de Duitse pelgrims weer terug.
De bedevaartkapel uit 1896 bleek te klein om in de zomer, op dagen van topdrukte, alle mensen op te vangen. De toestroom was soms zo groot dat er moest worden uitgeweken naar de kloostertuin en zelfs naar het kerkhof in de buurt (nu bekend als ‘Den aje kirkhaof’). Bij pater Kronenburg ontstond toen het lumineuze idee om een kruisweg- en processiepark aan te leggen met een groot plein in het midden. Een kruiswegpark, zo dacht hij, zou niet alleen geschikt zijn voor het houden van grote plechtigheden en processies, maar ook voor de beoefening van devotie door kleinere groepen mensen en individuele bezoekers. Verder zou zo’n park met fraai uitgewerkte monumenten van religieuze aard en met een pracht aan bomen en planten ook een mooie ‘attractie’ zijn voor wandelaars uit de stad en omgeving.
Dit ambitieuze plan zou uiteindelijk worden uitgevoerd door zijn opvolger, pater W. Reiring. In het maandtijdschrift van de Redemptoristen van 1918/1919 wordt gesproken over: ‘het grootsche plan, dat de nieuwe Rector der Kapel (...) ter eere van Maria heeft opgevat om in een heerlijk Mariaplantsoen een kunstvollen kruisweg op te richten’.

Aanleg Kruiswegpark
Een jaar na de oorlog, in de winter van 1919, werd begonnen met de aanleg van het Kruiswegpark. Het grondplan voor dit megaheiligdom met een omvang van aanvankelijk bijna twee hectare werd ontworpen door Pierre Cuypers. Een groots en (te) kostbaar plan! Gaandeweg zou de uitvoering dan ook op verschillende onderdelen gewijzigd worden. Zo werd onder meer afgezien van het idee voor een crypte (ondergrondse kapel) onder de oplopende Calvarieberg (statie 12). Ofschoon de latere oppervlakte van het park (een driehoek van 1 hectare 43 are 93 ca) in feite van het begin af aan nogal beperkt was voor het grootse project, lijkt het uiteindelijke geheel veel uitgestrekter door de ingenieuze manier waarop het is aangelegd. In het park zijn drie onderdelen op harmonische wijze samengebracht: een kruiswegroute langs dertien staties, een groot centraal plein aan de voet van de Calvarieberg en een aparte processiegang met acht kapelletjes waarin zich schilderstukken bevinden die betrekking hebben op de geschiedenis van de Kapel in ’t Zand en de Mariaverering. Deze ‘drie in één’-combinatie maakt het park tot een uniek geheel.

Kruiswegroute
Om de kruiswegroute aan te leggen heeft men op het terrein vlak naast elkaar kronkelpaden uitgegraven en met de grond die hierdoor vrijkwam hoge bermen naast de paden aangelegd. Deze bermen werden weelderig beplant met vele soorten bijzondere heesters en bomen, die in de zomermaanden het uitzicht van het ene pad op het andere beletten. De bezoekers hadden zo de indruk over een lange slingerende weg te lopen waarbij ze telkens, bijna als een soort verrassing, op een klein door vele planten afgeschermd plein uitkwamen, waarop zich in een natuurstenen kapelletje een statie bevond. Men ging er in het grondplan van uit dat de route gelopen kon worden door zo’n zeven- à achthonderd mensen.
Het verloop van de paden zoals destijds bepaald is door de jaren heen zo goed als ongewijzigd gebleven. Bezoekers die voor de eerste keer in het Kruiswegpark komen, raken niet zelden gedesoriënteerd door het enigszins ‘doolhofachtige’ karakter van het geheel. Na de elfde statie komt de bezoeker uit, in het midden van het park, op een groot rond plein dat is beplant met lindebomen. Hier bevindt zich de twaalfde statie: de Calvarieberg.

Plein met Calvarieberg
Het grote centrale plein, waarop de bezoekers na de elfde statie uitkomen, was destijds berekend op circa 10.000 mensen.
De Calvarieberg, de twaalfde statie, waarin Jezus sterft aan het kruis,
was de belangrijkste statie uit de passiecyclus. Door de verhoging waarop de statie zich bevond, werd de gelovige bezoeker min of meer gedwongen op te kijken naar de voorstelling waardoor hij zich beter kon identificeren met het lijden van Christus.
Bij de inzegening van het kruiswegpark in 1920 waren alleen de drie beelden van de gekruisigde Christus, Maria en Johannes de Evangelist gereed. Later zouden hier nog twee knielende figuren (de profeten Jeremias en Jesaja), de knielende Maria Magdalena, een Romeinse soldaat en een opperpriester aan worden toegevoegd. De acht levensgrote beelden werden uit Franse kalksteen vervaardigd door beeldhouwer Jean Geelen (1852-1926), die een leerling van Cuypers was, maar later zijn eigen kunstwerkplaats had aan de Kapellerlaan. Geelen had in die tijd een zekere naam op het gebied van grote (graf)beelden.

Processieweg
Via de destijds officiële ingang komen de bezoekers op een breed pad, ook wel het Stille of Grote pad genoemd. Dit brede pad loopt met een grote en grillige boog om het centrale plein en de Calvarieberg heen. Het pad was bedoeld als processieweg, voor het houden van Sacraments- en Sluitprocessies naar het grote verzamelplein met Calvarieberg, waar dan in de openlucht de H. Mis werd opgedragen. Deze processieweg kon tussen de drie- à vierduizend bezoekers verwerken.
In 1934 werd besloten - met het oog op de viering in 1935 van het 500-jarig jubileum van O.L. Vrouw in ’t Zand als bedevaartsoord - om langs deze route een achttal zandstenen nissen in de vorm van volkse wegkapelletjes te plaatsen. Hierin zouden gedurende de zomermaanden (en dat gebeurt tot op heden) achter glas schilderstukken geplaatst worden waarop de belangrijkste gebeurtenissen uit de geschiedenis van de Kapel in ’t Zand en de Maria-verering te zien waren.
De opdracht hiervoor ging naar de Roermondse kunstenaar Albin Windhausen (1863-1946) die een atelier had aan de Kapellerlaan en al eerder voor de paters had gewerkt.

Hof van Olijven
Om het park voor de bezoekers nog aantrekkelijker te maken werd destijds in1920 ook een Hof van Olijven gebouwd. De grot werd gebouwd uit brokstukken Kunrader zandsteen vlakbij de scheidingsmuur tussen het park en het kloosterkerkhof. De beelden van de geknielde Christus en een Engel, die de lijdenskelk vasthoudt, werden vervaardigd door de Roermondse beeldhouwer Theo(door) Pieters (1876-1940), die het vak net zoals Jean Geelen en Karel Lücker bij Cuypers had geleerd. Pieters woonde destijds in de buurt van het klooster en had er ook zijn atelier. In 1932 werd de grot afgebroken omdat er ‘ongerechtigheden’ zouden worden gepleegd. Restanten ervan zijn nu nog zichtbaar aan de bovenkant van de muur.

Karel Lücker: ontwerper en beeldhouwer van 13 staties

Bij de inzegening van het Kruiswegpark op 22 augustus 1920 waren behalve de drie beelden van de kruisigingsgroep op de Calvarieberg (statie 12) van de andere dertien staties alleen statie 1 en statie 6 klaar. De staties waren van de hand van beeldhouwer Karel Lücker. Hoe had hij deze opdracht gekregen in een tijd waarin de kleine stad Roermond méér dan 60 beeldhouwers telde en de concurrentiestrijd dus nogal groot moet zijn geweest?
Om een geschikte kunstenaar te vinden voor de levensgrote kruiswegstaties had rector Reiring in 1919 een prijsvraag uitgeschreven. Kunstenaars konden een ontwerp indienen. Vijf kunstenaars stuurden hun ontwerp in, niet onder eigen naam, maar ‘onder code’, waaronder de toen 37-jarige Karel Lücker. Hij was in aanraking gekomen met de expressieve beeldhouwkunst van de vroeg 20ste eeuw. Hierdoor had hij stijlopvattingen ontwikkeld die lijnrecht tegenover die van Cuypers.
Dat Lücker toch de prijskamp won en de opdracht kreeg, hield een officiële erkenning in van zijn talent als beeldhouwer.
De uitvoering van de 13 staties betekende voor Karel Lücker een enorme klus, die vele jaren in beslag zou nemen. De laatste statie (statie 10) werd in de loop van 1928 geplaatst.

Rijksmonument

Het Kruiswegpark heeft in 2002 de status Rijksmonument gekregen.
De kruisweg zoals die is verbeeld in de veertien staties is van monumentale, culturele en geestelijke waarde en een typisch voorbeeld van de kunst uit de twintiger jaren van de vorige eeuw, een tijd waarin het ‘Rijke Roomsche Leven’ hoogtij vierde. Door de ingenieuze aanleg van het park en de weelderige en bijzondere beplanting (o.a. 65 monumentale bomen) is een prachtige landschapstuin ontstaan die de idee van de lijdensweg (Via Dolorosa) zoals die ooit in Jeruzalem te vinden was, benadert.

Bronnen:
Houben, C., ‘Ontstaan en groei van het kruiswegpark nabij de Kapel van O.L. Vrouw in ’t Zand (1919-1940)’; Spiegel van Roermond, uitgave stichting Rura 2002.
Munnix, P. en Roosjen, R., ‘Onze Lieve Vrouw in ’t Zand. Een 550 jaar oud bedevaartsoord’, Roermond 1985.
Familiearchief Lücker
www.redemptoristen.nl
www.kapelinhetzand.nl